Paltskapel Aken, galerij. Achteraan links in het blauwe licht is nog een stukje van de troon te zien.

De Paltskapel, het oudste deel van de Dom van Aken, is gebouwd in  796.  De kapel heeft 16 zijden en een achthoekig centraal gewelf. De ontwerper, Odo van Metz, imiteerde hiermee de Byzantijnse bouwstijl. De kapel vertoont veel overeenkomsten met de San Vitale in Ravenna, met name de achthoekige vorm, de overwelfde centrale ruimte, de omgang met galerijen en de mozaïeken.

Opdrachtgever Karel de Grote was zelf ook in Ravenna geweest. Hij liet kostbare materialen rechtsstreeks uit Ravenna en Italië overbrengen, die voor een deel uit Romeinse ruïnes gebroken werden.

Gedurende 600 jaar was de paltskapel de plaats waar de Duitse koningen gekroond werden.

Paltskapel Aken, interieur. Ook de marmeren zuilen lijken op die van de San Vitale

Paltskapel Aken, galerij. Achteraan links in het blauwe licht is nog een stukje van de troon te zien.

Paltskapel Aken, decoraties aan het plafond

San Vitale, Ravenna (juni 2010)

San Vitale, galerij. (Ravenna, juni 2010)

Mausoleum van Galla Placidia, decoraties aan het plafond (Ravenna, juni 2010)

 

Scheepsmodel in de Ursulakerk te Keulen

Het is zeer omstreden of de heilige Ursula echt heeft bestaan. In 1969 werd de heilige officieel van de  kalender geschrapt.

Volgens de legende was Ursula (†383) een dochter van de christelijke koning Dionotus. Door haar vader werd zij uitgehuwelijkt aan een heidense koningszoon Aetherius van Anglia, maar omdat ze niet met een heiden wilde trouwen en haar maagdelijkheid wilde bewaren sloeg ze op de vlucht. Met een aantal dienaressen zeilde ze vanuit Engeland de Noordzee over en voer de Rijn op tot Bazel en ging verder op pelgrimstocht naar Rome. Op de terugreis werden zij overvallen door de Hunnen, die Keulen bezet hadden.

Ursula wilde ook niet met een Hun trouwen en werd daarom samen met haar gevolg door pijlen gedood.

De Romeinse senator Clematius bouwde enige tijd later  in Keulen een basiliek ter ere van een groep maagden die in Keulen als martelaar gestorven was. Daartoe zou ook Ursula behoord hebben.

De elfduizend maagden zijn waarschijnlijk een foute interpretatie van de oorspronkelijke tekst.  Er stond XI M. De letter M staat waarschijnlijk voor Martelaressen (Martyriae) en niet voor het Romeinse getal duizend.

 

De ruïne van St. Alban

St. Alban of Albinus van Mainz was een missionaris die waarschijnlijk geboren was in Griekenland of Albanië.  Hij werd in 406 onthoofd door Vandalen die de Rijn overstaken terwijl hij zat te bidden. Volgens de legende droeg hij zelf zijn afgehakte hoofd in zijn handen naar de plaats waar hij begraven wilde worden…

De kerk St. Alban was een van de oudste parochiekerken van Keulen en werd in 1172 voor het eerst in een oorkonde genoemd. In de middeleeuwen herhaaldelijk verbouwd, kreeg het gebouw in de 17e eeuw de vorm van een hallenkerk. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk zwaar beschadigd en is niet weer opgebouwd. De ruïne is sinds 1959 gewijd aan het gedenken van de doden uit beide wereldoorlogen.

 

 

Sinds augustus 2007 wordt in Keulen op de Rathausplatz gegraven. Hier lag in de middeleeuwen een van de grootste en oudste joodse stadswijken van Europa. De oudste synagoge ten noorden van de Alpen is hier gevonden, daterend uit de karolingische tijd. De resten van de joodse wijk met synagoge en mikwe (ritueel bad) zijn te bezichtigen in de witte tent op de achtergrond van de foto.

In het voorjaar van 2009 werd begonnen met opgravingen aan de zuidzijde van de Rathausplatz. Hierbij kwamen fundamenten en kelders van grote romaanse en gotische burgerhuizen tevoorschijn (hier op de voorgrond van de foto).

Sinds 2010 wordt ook aan de noordzijde van het plein gegraven. Hier hoopt men resten van het romeinse praetorium aan te treffen.

 

Het was vandaag winters in Keulen met een dun laagje sneeuw langs de oevers van de Rijn. De eerste Romaanse kerk die we bezochten was de St. Andreas, die uiteraard ook weer een oeroude historie heeft. Over de precieze oorsprong tast men in het duister, bekend is slechts dat in de 10e eeuw aartsbisschop Bruno het al bestaande vrouwenklooster verving door een mannenklooster dat gewijd werd aan de apostel Andreas.

Halverwege de elfde eeuw werden het koor en de crypte vernieuwd. Waarschijnlijk heeft Hendrik III hier de hand in gehad. De kerk beschikt namelijk over de reliquiebustes van zijn beschermheiligen HH Simon en Judas. Helaas konden we ze niet zien, want ze worden gerestaureerd.

In de crypte bleek zich het graf te bevinden van Albertus Magnus, een in 1200 geboren geleerde en theoloog naar wie een Groninger studentenvereniging genoemd is. Zijn laatste jaren bracht hij door in Keulen, waar de niet minder beroemde  middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino tot zijn leerlingen behoorde.

 

Omstreeks het jaar 400 liet de senator Clematius een basilica der heilige maagden “vernieuwen”, zo blijkt uit een inscriptie. Tijdens de 10e eeuw was deze kerk gewijd aan martelaressen die vanwege hun geloof gedood waren.  Rond 500 werd in de buurt van de kerk een grafsteen gevonden met het opschrift “Hier ligt een onschuldig meisje genaamd Ursula begraven, dat 8 jaar, 2 maanden en 4 dagen leefde”. Deze steen werd in de 10e eeuw teruggevonden en al gauw ontstond de legende van de heilige Ursula die met een groep vrouwelijke pelgrims in Keulen beland was en daar vermoord werd door de Hunnen. Eerst was er nog sprake van 11 maagden die Ursula vergezelden,, maar het verhaal werd steeds verder verfraaid. Nadat in 1160 een groot grafveld naast de kerk ontdekt werd, had men het over de 11.000 maagden van Ursula

Een bijzonderheid in deze kerk is de zg. “Gouden Kamer” die in de 17e eeuw met veel edelmetaal bekleed werd en waarvan de wanden versierd zijn met talloze botten en schedels van lang geleden gestorven nonnen.

Ook de reliekschrijn van Ursula mag er wezen, alles goud wat glanst en gemaakt in 1160.

 

 

Het koor van St. Maria im Kapitol heeft de vorm van een klaverblad en is een imitatie van de Geboortekerk in Bethlehem. (foto: Suzanne Menninga, 2008)

“Keulen en Aken zijn niet in één dag gebouwd” luidt een gezegde, maar met de trein zijn ze wel binnen een dag te bereiken. De komende tijd wil ik aan de hand van een nieuwe serie posts laten zien welke rol beide steden in het leven van Hendrik III en Hendrik IV hebben gespeeld.

In de elfde eeuw bestonden er nog nauwelijks steden in het Duitse deel van het Rijk. Slechts enkele plaatsen met een Romeins verleden, zoals Augsburg, Regensburg, Trier, Keulen en Aken verdienden de naam stad(je). Keulen en Aken waren  belangrijk voor de keizers. In Aken stond de troon van Karel de Grote, waar de kroningsceremonie plaatsvond. In geval van conflict, zoals bij keizerin Gisela, kon de kroning ook door de aartsbisschop van Keulen verricht worden. De aartsbisschop van Keulen was een sleutelfiguur aan het hof van Hendrik III en Hendrik IV, hij fungeerde als een soort eerste minister en stadhouder.

Daardoor heeft Keulen nog steeds 12 romaanse kerken waarvan een sommige al in de Frankische tijd gebouwd werden op de resten van Romeinse tempels en basilica’s Een voorbeeld is de kerk St. Maria im Kapitol, die in 1049 door paus Leo IX in aanwezigheid van keizer Hendrik III werd gewijd. De plek was eerst een capitool met tempels voor de romeinse ‘staatsgoden’ Jupiter, Juno en Minerva. Hier bouwden hofmeier Pippijn van Herstal en zijn vrouw Plektrudis rond 690 een belangrijke kerk, gewijd aan Maria, waar zij zelf ook begraven zijn. Er hoorde een vrouwenklooster bij, het oudste in het bisdom Keulen. Deze kerk werd in 882 verwoest door de Noormannen en in de 10e  eeuw weer opgebouwd door aartsbisschop Bruno. In de elfde eeuw ontstond het huidige gebouw met een prachtig klaverbladvormig koor, dat een imitatie is van de Geboortekerk in Bethlehem.

Deze unieke houten deur met houtsnijwerk met bijbelse taferelen in de St. Maria im Kapitol dateert van omstreeks 1060 en is de oudst bewaarde houten deur in Duitsland.

© 2010 Ria van Loenen Suffusion theme by Sayontan Sinha