Het was in elk geval géén tragedie.

Terugblikkend moet ik het antwoord schuldig blijven op de vraag waarom Hendrik III zo van de Grieken hield. Het zal wel een idealisering van het onbekende geweest zijn, van de verfijnde Byzantijnse hofcultuur. De modale Grieken die ik zelf tijdens drie vakanties ben tegengekomen (vnl. obers en winkelpersoneel) vormden een overtreffende trap van de Italianen. Nóg theatraler, nóg luidruchtiger, nóg inhaliger. Griekse obers sleuren je bijna van de straat af hun restaurant binnen, Griekse winkeliers klampen zich aan je vast als een boa constrictor zodra je maar 1 blik op hun waren werpt. There’s no escape. De oorzaak ligt vooral in de opvoeding. Als je ziet hoe onderdanig en vertederd Griekse mamma’s zich laten commanderen door hun brullende 2-jarige zoontjes sta je werkelijk paf. Wat een kleine potentaten, zulke peuters kunnen later alleen nog maar macho-mannetjes worden die luid toeterend over straat scheuren en menen dat elke vrouw te versieren is. Net als mamma.

Na de fietstocht naar Tigaki hebben we niet veel cultureels meer bezichtigd. We zijn nog naar Platani gefietst, ook weer langs zo’n dodenweg en daarna kreeg onze luiheid de overhand. We zaten dan ook op een ideale plek, met een heerlijk balkonnetje en het fraaiste uitzicht, vlakbij het strand, de restaurants en de winkels. We hadden nog naar Kephalos kunnen gaan… maar ach… dat was zo ver… We hadden nog naar het Asklepion kunnen gaan… maar ach… dat was zo hoog… Hanna had bovendien toch alles al 4x gezien. We winkelden ‘s ochtends, zwommen ‘s middags en aten ‘s avonds afwisselend bij de Mexicaan en een erg goede Chinees. De Griekse restaurants waren ver beneden de maat en serveerden alleen slecht bereide toeristenmaaltijden. (Taai schapenvlees, aangebrande vis en slappe patat met rijst enzo).

Ik heb de hele vakantie gelezen in een enorme turf: “Kafka op het strand”, van Haruki Murakami, een van de meest vooraanstaande Japanse auteurs. Ik kwam terecht in een mythische droomwereld. Kos, de zee, het hotelleven, pratende katten, demonische honden, vreemde typetjes en misverstanden, vadermoord en moederliefde, alles vloeide in elkaar over tot één Grieks/Japans tragikomisch geheel.

Hier nog wat sfeerbeelden van Kos.

 

Het was wel even zoeken naar een betaalbare fietsenverhuur met redelijke fietsen, maar afgelopen dinsdag hebben we dus voor een week fietsen gehuurd. Het eerste doel was Tigaki, een dorpje dat niet veel meer is dan een doodlopende weg, een aftakking van de snelweg, maar dat langs een fietspad langs de zee vanuit Kos-stad te bereiken is. De kust lijkt een beetje op de kwelders langs het wad. Er ligt wel veel meer rotzooi en zwerfvuil, hier en daar staan nog bunkertjes uit de Tweede Wereldoorlog en de dennenbomen groeien bijna in zee, kunnen blijkbaar goed tegen zout water. Halverwege pauzeerden we bij een zeer sjiek Duits hotel waar we taart met verse aardbeien hebben genuttigd. In Tigaki bevond zich een grote winkel waar we nog wat kleding gekocht hebben en ik een cd-tje met byzantijnse kerkmuziek in het kader van de cultuur. We reden verder naar een meer waar vroeger zout gewonnen werd maar wat nu een vogelparadijs is. Op de oever aan de overkant zat een groep kleine witte flamingo’s en wie héél goed kijkt zal ze misschien op de foto ontdekken. Op de terugweg namen we een verkeerde afslag waardoor we op de autosnelweg moesten fietsen, en dat vonden we geen van beiden een pretje. Ze rijden veel te hard en rakelings langs je heen en intussen moet je ook nog de vele kuilen in het wegdek in de gaten houden. Na een rit van in totaal zo’n 30 km bereikten we uiteindelijk toch nog weer de Mandraki haven.

Meertje dat gebruikt werd voor de zoutwinning, nu een natuurgebied

Casa Romana

 Kos, een Byzantijns eiland  Reageren uitgeschakeld
mei 202011
 
Dyonisos, zoals we van hem mogen verwachten in beschonken toestand, leunend op een sater

Vandaag (vrijdag 20 mei) waren we van plan ‘s ochtends het archeologisch museum te bezoeken en daarna een reconstructie van een Romeinse villa (casa romana). Laatstgenoemde bleek echter gesloten wegens restauratiewerkzaamheden, zodat we algauw weer in de souvenirwinkels belandden, Hanna kocht een horloge, ik een ikoontje en we dronken frappé op een terras.  Het archeologisch museum is niet groot, de meeste archeologische vondsten van Kos zijn naar Rhodos overgebracht om het paleis van de grootmeesters op te fleuren, maar er staan toch nog wel een aantal fraaie beelden en een paar mozaïeken. ‘s middags gingen we gewoontegetrouw naar het strand dat hier maar 100 m vandaan is en ‘s avonds aten we bij de plaatselijke chinees die ook vlak aan zee ligt. De pekingeenden moesten eraan geloven. Hanna at per ongeluk de fortune uit haar fortune-cookie op en de rest van de avond hebben we de slappe lach gehad.

Artemis, godin van de jacht (Romeins beeld gevonden op Kos)

Asklepios komt aan op Kos en stapt uit een roeibootje

Mozaïek afkomstig uit het Casa Romana met vissen en andere zeedieren

Dyonisos, zoals we van hem mogen verwachten in beschonken toestand, leunend op een sater

 
Defterdarmoskee

Kos-stad is een mooi stadje met 18.000 inwoners. Alle culturen hebben hier hun sporen achter gelaten. Er zijn nog diverse Turkse minaretten te zien, naast orthodoxe koepelkerken en een grote archeologische zone met hellenistische en romeinse resten. Vandaag was onze shopping day. We hebben urenlang langs de souvenirwinkels met ontelbare sjaals, ikoontjes, griekse nepbeelden en horloges gedwaald. Ik kocht nog een paar boeken (uiteraard) 2 armbandjes waarvan 1 met orthodoxe en 1 met katholieke heiligen (als dat geen geluk brengt…). In de Agora kochten we diverse Griekse kruidenmengsels en ik bovendien een papyrus met de eed van Hippocrates en een schattig piepklein miniatuurviooltje compleet met strijkstok en kistje. Je kunt toch niet met lege handen thuiskomen…

Morgen gaan we fietsen huren.

Bij een bron in de buurt van het Ephteriasplein

 

Agia Paraskevi

Defterdarmoskee

Agora (markt)

 
De Sirtaki-boot

Al in de oudheid en in de Byzantijnse tijd deed de kleine Mandrákihaven dienst als oorlogs- en handelshaven van de bewoners van Kos. Hier lagen ook de schepen van de Johannieters. Je kunt urenlang kijken naar alle verschillende schepen die hier aanleggen. Luxe jachten, piepkleine vissersbootjes, veerboten naar de andere eilanden en cruiseschepen voor dagjesmensen die wel es wat anders willen. Hilarisch is de sirtaki-boot die elke avond tegen een uur of zes binnenvaart. Op het smalle dek van deze oude zeilboot staat dan een grote groep toeristen te hossen op de klanken van zorba de griek, aangevuurd door een Griekse dansleraar, die de twee leukste vrouwen aan boord aan zijn zijde meesleept. ‘s Nachts vertrekt met veel kabaal een sinister uitziend marineschip. Spectaculair is ook de vleugelboot, die als een vliegtuig over het water raast en ook zo’n geluid maakt. De grootste veerboten zie je alleen vanaf het strand,  die kunnen alleen buiten het haventje aanmeren.

De haven bij maanlicht, gezien vanaf ons balkon

Veerboot van de Dodekanesos seaferries

De Sirtaki-boot

Aanstormende vleugelboot

 
De burchtruïne met aan de horizon de Turkse kust.

Al vier dagen op Kos en nog geen tijd gehad om een nieuw bericht te schrijven. Zonnebaden en in zee zwemmen neemt gewoon veel te veel tijd in beslag! Na een snelle en ontspannen vliegreis vanaf vliegveld Eelde belandden we donderdagavond in het hotel Kosta Palace. Het was al donker, Griekse tijd en vroege zonsondergang, maar vanaf ons balkon konden we nog van het schitterende uitzicht over de haven genieten. De volgende dag gingen we op pad om Kos-stad te verkennen. Mij interesseerde  vooral de burchtruïne aan de overkant van de haven. Deze Nerátziaburcht werd in de 14e eeuw door de gevluchte kruisridders van de Johannietersorde gebouwd om hun schepen te beschermen. Overal tussen de middeleeuwse muren liggen en staan stukken van antieke zuilen. Veel met stierenkoppen en guirlandes versierde votief- en grafaltaren uit de hellenistische tijd. Wapens van de grootmeesters zijn in de muren verwerkt. Binnen de vestingmuren is een soort wildeplantentuin ontstaan met rode klaprozen, witte ranonkels, gele chrysanthemums en blauwe campanula’s. Aan de overkant van azuurblauwe zee is de Turkse kust (zo’n 5 km afstand) duidelijk te zien.

Van het uitzicht over zee genieten.

Binnenplaats van de Nératziaburcht

Wapen van de grootmeesters

Langs de muur bloeien veel wilde bloemen. Dit zijn ranonkels.

De burchtruïne met aan de horizon de Turkse kust.

 

mei 102011
 

De Plataan van Hippocrates (Kos)

Het is eigenlijk toeval dat ik besloot dit jaar mijn vakantie in Griekenland door te brengen. Het was al 10 jaar geleden dat ik hier geweest was.

Bestaat er enig verband tussen Hendrik III en de Grieken? Jazeker. Hendrik III was er van overtuigd dat hij van Byzantijnse (Griekse) afkomst was en hij was dol op de keizerlijke cultuur van dit voormalige Oostromeinse rijk met zijn pracht en praal, de zijden gewaden, de iconen en de kunst van het ivoorsnijden. Hij probeerde deze stijl zo goed mogelijk te imiteren, wat bijvoorbeeld ook blijkt uit de vormgeving van de kerkboeken die in zijn opdracht werden gemaakt. Hendrik III onderhield een vriendschappelijke relatie met keizer Konstantinos IX Monomachos, waaraan in 1054 een einde kwam met het schisma dat de Orthodoxe en de Rooms-katholieke kerk uit elkaar dreef.

Ik ben benieuwd of ik tijdens deze vakantie nog sporen tegenkom van deze oude beschaving en ik zal er in mijn weblog over berichten. Eerst wat meer over Kos. Het is een klein eiland (ca. 30 km lang) in het zuiden van de Egeïsche Zee, vlak voor de Turkse kust.

Al vanaf de 11e eeuw v. Chr. werd Kos bewoond door de Doriërs, een Griekse stam. Hun eerste stad lag aan de westkust van het eiland. Hier werd in 460 v. Chr. de geleerde arts Hippocrates geboren. In 366 v. Chr. werd besloten een nieuwe stad op te bouwen op de plaats van het huidige Kos-stad. Van hieruit was de kust van Klein-Azië beter te bereiken. Onder Alexander de Grote maakte Kos deel uit van het koninkrijk Macedonië. Na zijn dood in 322 v. Chr. kwam Kos bij het Ptolemaeïsche Rijk en werd het vanuit Egypte bestuurd.

In 82 v. Chr. werd Kos ingelijfd door de Romeinen als onderdeel van de provincie Asia. Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk hoorde Kos 800 jaar lang van het Byzantijnse Rijk met als hoofdstad Constantinopel (Istanbul).

In 1054 werd de officiële afscheiding tussen het rooms-katholicisme en de orthodoxe geloof een feit.

In 1204 werd Constantinopel verwoest door de kruisvaarders, waardoor het Byzantijnse Rijk sterk verzwakt werd.  In 1309 veroverden de Arabieren het Heilige Land. Zij verdreven de kruisridders, waartoe de Johannieters behoorden. De Johannieters veroverden Rhodos en kochten Kos.  Zij bouwden allerlei burchten op de eilanden en in de Turkse kuststad Bodrum.

Nadat de Johannieters in 1523 verjaagd waren door  de legers van sultan Süleyman, behoorde Kos tot het Ottomaanse (Turkse) Rijk.  Dit duurde tot 1912, waarna Kos onder Italiaanse heerschappij kwam. De Tweede Wereldoorlog maakte hier een einde aan en in 1947 werd Kos weer bij Griekenland gevoegd.

 

© 2010 Ria van Loenen Suffusion theme by Sayontan Sinha