In Speyer woonde in de middeleeuwen een van de belangrijkste joodse gemeenschappen ten noorden van de Alpen. Al in de elfde eeuw kwamen joden uit Italië en Frankrijk als kooplieden en bankiers in de stad. Onder het bewind van keizer Hendrik IV nam bischop Rüdiger joodse vluchtelingen uit Mainz op. In een oorkonde van Hendrik IV wordt vermeld dat zij speciale bescherming en rechten genoten. Uit alle delen van het Rijnland kwamen geleerden om van de “Wijzen van Speyer”, zoals de leraren van de Talmoedschool genoemd werden kennis op te doen. Er bestond toen in Speyer een ongewone harmonie tussen joden en christenen. Bij de Franse invasie van 1689 werd net als de dom van Speyer ook de joodse wijk verwoest. Wat er nog van over is, zijn de oostwand van de synagoge en het rituele bad, de ‘mikwe’, beiden in romaanse stijl gebouwd door christelijke werklieden. In het museum ShPIRA zijn verder nog resten van grafstenen met Hebreeuwse inscripties en andere attributen te zien.








Recent comments