Aken 1028, Hendrik III tot koning gekroond

 

Zeven treden leiden naar de troon van Karel de Grote (Aken, 1995)

In februari 1026 werd Hendrik III voor het eerst in historische bronnen genoemd. Voor die tijd komt zijn naam zelfs in de oorkonden van zijn vader niet voor. Op een hofdag in Augsburg werd hij nu echter als toekomstige troonopvolger voorgedragen “gedesigneerd” en door de vorsten aanvaard.

Het blijft natuurlijk gissen welke gebeurtenissen tijdens de regeerperiode van Koenraad II de meeste indruk gemaakt hebben op de jonge Hendrik III. Het eerste wat hij deed was zich inspannen om zijn halfbroer Ernst te helpen.

Toen Gisela met Koenraad II in het huwelijk trad, was zij regentes van het hertogdom Zwaben, namens haar minderjarige zoon Ernst II.  Het huwelijk werd niet als rechtsgeldig gezien door Hendrik II en Gisela moest afstand doen van de voogdij over haar zoon. Deze werd ondergebracht bij zijn oom, aartsbisschop Poppo van Trier. In de zomer van 1025 moet Ernst meerderjarig geworden zijn, d.w.z. in zijn 15e levensjaar. In die tijd sloot hij zich aan bij een oppositionele beweging in het rijk, bestaande uit Koenraad de Jongere en de Lotharingers met hun Franse, Italiaanse en Poolse vrienden.  Toen de opstandelingen zich onderworpen hadden, verscheen Ernst deemoedig in Augsburg met Maria  Lichtmis, (2 februari) 1026, voerde een onderwerpingritueel uit en werd begenadigd. De eerste officiële daad van de nog geen 10 jaar oude kroonprins was opmerkelijk. Hij trotseerde zijn machtige vader[1], verhief zijn kinderlijke stem[2] en bepleitte met succes gratie voor zijn halfbroer. Ter gelegenheid van de kroning van Hendrik III die in april 1028 plaatsvond – om hier even op vooruit te lopen – werd Ernst nogmaals begenadigd[3], wat doet vermoeden dat Hendrik ook daarin een aandeel heeft gehad.

Met Pasen 1028 werd hij in de paltskapel van Aken door aartsbisschop Pilgrim van Keulen tot koning gezalfd en gekroond. Tot de liturgie van de kroningsplechtigheid behoorde een door hofkapellaan Wipo geschreven lied, Cantilena in Heinricum III Anno MXXVIII Regem coronatum waarvan de tekst bewaard is gebleven.[4] Als hoogtepunt van de ceremonie werd hij op de marmeren troon van Karel de Grote gezet. Een ter gelegenheid van de kroning vervaardigde bul draagt aan de voorkant het borstbeeld van Koenraad II en aan de achterkant de hele figuur van Hendrik III met de woorden Heinricus Spes Imperii.[5]

Bul ter gelegenheid van de kroning van Hendrik III in 1028.


[1] Wipo  Gesta Chuonradi,  C. 10 “multum rennuente rege vix“, “zeer weerstand biedend aan de macht van de koning”.

[2] Bresslau, Jbb I, 116.

[3] Bresslau, Jbb I, 252. Zijn naam en titel  zijn te vinden in een serie getuigen die opgevoerd worden in Koenraads oorkonde van 1 juli 1028 te Magdeburg. Ibid. 250.

[4]  Carmina Cantabrigiensia, ed. Bulst, nr. 16.

[5]  Schramm, P.E., Die deutschen Kaiser, 223, 387, nr. 137 en 138.

© 2010 Ria van Loenen Suffusion theme by Sayontan Sinha