Sutri, 1046; Hendrik III laat drie pausen afzetten
In 1046 waren zowel de stad Rome als het pauselijk ambt het privé-bezit geworden van de graven van Tusculum. Dit leidde tot chaotische tafeleren.
Graaf Gregorius I van Tusculum, die in 1001 een opstand tegen keizer Otto III had geleid, legde de bass voor de bloei van dit adelshuis. Zijn afstammelingen waren nu de lekenheren van Rome: Romanus en zijn broer Albericus, en Albericus’ zonen Gregorius en Petrus. Zij noemden zichzelf consuls, hertogen, senatoren en patriciërs. Bovendien bracht de familie drie pausen voort: Benedictus VIII (1012-1024), die een aanhanger was van de ascetische richting in de kerk, zijn broer Johannes XIV (de al genoemde Romanus) (1024-1033) en tenslotte de zeer jonge Theophilactus alias Benedictus IX. Deze laatste raakte in opspraak door criminele handelingen zoals het beroven van pelgrims. Eind 1043 of begin 1044 werd hij beschuldigd van roof, echtbreuk en moord en verdreven uit Rome. Buiten de stad kon hij rekenen op zijn aanhangers, de bewoners van de rechter Tiberoever en de adel van de Campagna, waaronder zijn eigen familie. In januari 1044 kwam het tot gevechten met de bewoners van Rome. Zij kozen op 22 februari de rijke en veel geld schenkende bisschop Johannes van San Sabina, die tot de familie van de Crescentiërs behoorde, tot paus Silvester III. Onmiddellijk werd hij door Benedictus IX in de ban gedaan. Na zeven weken kregen de Romeinen ook genoeg van Silvester en stuurden ze hem terug naar zijn bisdom. Benedictus keerde terug, maar niet voor lang. Hij verkocht zijn ambt op 1 mei 1044 aan de abt Johannes Gratianus, en trok zich terug in een kasteel. Deze nieuwe paus, die de naam Gregorius VI aannam, bleek een respectabele figuur, vroom en goed opgeleid.
Op de een of andere wijze slaagden de twee andere pausen erin terug te keren en in Rome brak nu een ware burgeroorlog uit, waarbij de stad werd geregeerd door drie pausen tegelijk. Een had zijn intrek genomen in het Lateraan, de tweede in de kerk van Maria Maggiore en de derde in de St. Pieter. De aartsdiaken van Rome, genaamd Petrus, reisde ijlings naar Hendrik III, maakte een voetval en smeekte hemde kerk van Rome te hulp te komen.
Vanuit Parma reisde Hendrik III met zijn hof langs de aloude pelgrimsweg, de Via Francigeni, door de Apenijnen naar Lucca, hoofdstad van de Toscane waar men op 25 november aankwam en verder langs Borgo San Genesio bij Florence (waar zich een hospitium voor door malaria getroffen pelgrims bevond). De pelgrimsroute zette zich voort langs San Gimignano en Siena, langs het meer van Bolsano en Viterbo, totdat men op 20 december het Eliasklooster van Nepi in de plaats Sutri bereikte.
Op de synode van Sutri ging het er heet aan toe. Silvester III werd uit zijn bisschoppelijke en priesterlijke waardigheid gezet en moest de rest van zijn leven in een klooster doorbrengen. Vervolgens was de zaak van Gregorius VI aan de beurt. Op de vraag hoe hij aan zijn ambt gekomen was, antwoordde hij naar waarheid dat hij het van Benedictus had gekocht, maar volkomen te goeder trouw. Hij zou echter hebben ingezien dat hij zijn pontificaat onwaardig was, zijn opgestaan uit zijn pauselijke troon en zijn gewaad hebben verscheurd.Anders dan de bisschoppen werd Gregorius niet door Hendrik III begenadigd, anders dan de andere pausen moest hij als gevangene mee naar Duitsland. Hij werd daarbij vergezeld door zijn kapelaan Hildebrand, de latere paus Gregorius VII.
Omdat Benedictus IX niet kwam opdagen, was het noodzakelijk een derde synode te houden, welke plaatsvond op 23 en 24 december te Rome. Hier werd ook deze laatste paus afgezet en ging men over tot de verkiezing van een opvolger. Hendrik vond dat zijn geliefde aartsbisschop Adalbert van Hamburg-Bremen het maar moest worden. Deze weigerde echter beslist, hij beschouwde zich als “Patriarch van het Noorden” en had zich de kerstening van Scandinavië tot doel gesteld. Hij stelde voor bisschop Suidger van Bamberg te kiezen. Deze was hevig ontdaan bij de gedachte zijn vriendin, zuster, bruid en reine duif Bamberg’ te moeten verlaten. Hendrik nam de hevig tegenstribbelende bisschop bij de hand en toonde hem aan een jubelende menigte als de waardige opvolger van Petrus.
Op Eerste kerstdag werd Suidger gewijd als paus Clemens II en vervolgens kroonde hij Hendrik III en zijn echtgenote Agnes tot keizer en keizerin. Zijn geliefde bisdom Bamberg mocht hij behouden.


Recent comments