Wallis, 1022-1024
Wat Koenraad en Gisela tussen 1020 en 1024 deden vermelden de contemporaine bronnen evenmin. Het lijkt echter aannemelijk dat zij na de herstelde betrekkingen met Hendrik II deel uit maakten van diens gevolg tijdens de veldtocht naar Italië in 1021/22. Hendrik II kan dit zelfs als voorwaarde gesteld hebben voor de begenadiging[1]. De keizer, die drie grote legers uit Beieren, Zwaben en Lotharingen op de been bracht, had al zijn manschappen nodig omdat hij de Byzantijnen uit Italië wilde verdrijven en Koenraad was ongetwijfeld een ervaren militair, die aan een keizerlijke overwinning het zijne zou kunnen bijdragen. Dit zou betekenen dat de jonge Hendrik tussen zijn vijfde en zesde levensjaar een maandenlange reis dwars door Italië meemaakte, van Verona tot Benevento en weer terug.
Voor wat betreft de periode na 1022 beschikken we over iets meer informatie. Een kroniekschrijver uit de 15de eeuw[2] wist nog te vertellen dat Koenraad voordat hij tot koning gekozen werd een hoofdman geweest was in de ridderschaar van keizer Hendrik II en verder dat hij met het oog op zijn toekomst bijna drie jaar in Wallis verbleef, terwijl de Walliser edelen en het volk de spot met hem dreven; zij maakten een “lange neus” naar hem[3].
Het graafschap Wallis behoorde destijds tot het koninkrijk Bourgondië en werd bestuurd door bisschop Hugo van Sion, die tevens het ambt van graaf bekleedde. Het Bourgondische koninkrijk is allang vergeten, verdwenen en geabsorbeerd door Frankrijk en Zwitserland, maar het vormde, samen met het aangrenzende hertogdom Zwaben, een van de oudste en kerkhistorisch interessantste cultuurlandschappen in het middeleeuwse Europa. Met hervormingsgezinde kloosters als Cluny, St. Gallen en Reichenau vormde dit gebied een bakermat van kerkhervorming en zendingsdrang. De diepe stilte in de bergen[4], de grootsheid van dit landschap met zijn nevelige dalen en grandioze vergezichten vormde een decor waarin mensen zich nietig kunnen voelen en waar een sterk geloof hen op de been houdt. Het was een land van eenzame kluizenaars en zeer oude kloostergemeenschappen die in de vroege middeleeuwen waren gesticht door Ierse missionarissen.
Het was niet zonder reden dat Koenraad II tussen 1022 en 1024 drie jaar tevergeefs zijn best deed aanhang te verwerven onder de edelen en het volk van wat nu Franstalig Zwitserland is. De kroniekschrijver vermeldt niet waarom de aanwezigheid van Koenraad, die nu getrouwd was met een nicht van de kinderloze Bourgondische koning Rudolf[5], zulke negatieve reacties opriep, maar gezien het verdere verloop van de geschiedenis lijkt het waarschijnlijk dat Koenraad zich toen al als troonpretendent van Bourgondië geprofileerd heeft en tevergeefs aanhangers probeerde te werven. De officiële erfgenaam van koning Rudolf was weliswaar zijn neef keizer Hendrik II[6], maar die was zelf ook kinderloos en had te kampen met een steeds slechter wordende gezondheid, zodat er in de nabije toekomst toch weer een andere koning nodig zou zijn. Koenraad II en zijn ambitieuze echtgenote, dochter van een Bourgondische prinses, roken hun kans.
[1] Hertog Ernst II van Zwaben werd in 1026 door Koenraad II begenadigd op voorwaarde dat hij als legeraanvoerder meeging naar Rome
[2] Wereldkroniek van de Neurenbergse arts Dr. Hartmann Schedel (1493) in: Guth, K., Kaiser Heinrich II. und Kaiserin Kunigunde, p. 95. De kroniek zegt dat “Koenraad van oorsprong een Zwaab was, of zoals anderen zeiden, van geboorte een Franken dat zijn moeder van de eerste Frankische koningen afstamde, die uit Troje komen.” Opvallend is dat ook hier weer met geen woord gerept wordt over Koenraads vader.
[3] „Der dann davor under kaiser heinrichs ritterschaft ein hawbtman gewesen was. Diser könig Cunrat verweylet sein zukunft in welsche land schier drey iar. In mittler zeit macheten die welschen fürsten und völcker wider disen cunraten ein pŭntnus also.“
[4] Über allen Gipfeln
ist Ruh ,in allen Wipfeln spürest du kaum einen Hauch; die Vögelein schweigen im Walde, warte nur, balde ruhest du auch!
Goethe
[5] Hij had namelijk alleen een bastaardzoon.
[6] Wolfram, H., 83.

Recent comments