Kaiserswerth 1062; de ontvoering van de elfjarige Hendrik IV
…nadat hij zijn plannen [om de macht in het rijk over te nemen] verteld had aan graaf Ekbert en Otto, de hertog van Beieren, kwam de aartsbisschop van Keulen per schip de Rijn af varen naar een plaats die het eiland van St.Suitbert genoemd wordt. De koning was daar in die tijd. Op een dag, toen de koning ongewoon vrolijk geworden was na een feestelijk banket, begon de bisschop hem aan te moedigen om te kijken naar een van zijn boten die hij met wonderbaarlijk vakmanschap had laten bouwen voor deze speciale gelegenheid.
Dit overtuigde de simpele jongen met gemak, hij wantrouwde niets en verwachtte zeker geen valstrik. Maar toen hij eenmaal de boot betreden had met ondersteuning van de bondgenoten van de bisschop, sprongen de roeiers plotseling op, grepen de riemen en roeiden vliegensvlug naar het midden van de rivier. Verward door deze aanblik en onzeker in zijn eigen geest – want hij verwachtte alleen maar dat geweld en de dood hem wachtte – dook hij voorover in de rivier. Het woeste water zou hem zeker snel verdronken hebben als niet graaf Ekbert hem nagesprongen was en niet zonder risico voor hemzelf erin slaagde de koning van een wrede dood te redden en hees hem weer aan boord. Toen, na hem gekalmeerd te hebben met alle woorden die ze maar konden verzinnen, brachten zij hem naar Keulen. De rest van de menigte volgde hen langs de oever en velen klaagde dat de Koninklijke majesteit geschonden was en geen macht meer had over zichzelf.
De keizerin wenste noch haar zoon te volgen, noch diende zij een aanklacht in. Zij keerde huiswaarts en besloot vanaf dat moment als een gewone burger te leven.”
(Uit: Lampert van Hersfeld, Annalen, anno 1062, pp 72-74)


Recent comments