Home

 
Marc'Antonio Pasqualini (1614-1691)

Marc’Antonio Pasqualini (1614-1691)

In de 17e en 18e eeuw kende Italië een wel heel bijzondere categorie ‘popzangers’. Zij kenmerkten zich door een androgyn uiterlijk, extravagante kostuums en een enorm stembereik en volume. Na jarenlange intensieve training beschikten zij over een fabelachtige techniek waar niemand anders zich mee kon meten. Zij doken overal op in kerkkoren, theaters, salons, op de talloze feesten en  evenementen in Rome en het werden er steeds meer. Het waren de castratos.

Deze zangers hadden in hun jeugd in het diepste geheim een verminkende genitale operatie ondergaan waardoor zij lichamelijk nooit in de puberteit kwamen en waardoor hun jongensstem niet ‘brak’. Deze ingreep werd in het Italië van de 17e en 18e eeuwse barok niet als een achterlijke barbarij gezien maar juist als een moderne innovatie. Castratos waren de nieuwe musikanten, i nuovo musici. De maakbare mens, een wonder van techniek.

De laatste jaren wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de betekenis van de castrato in de muziekgeschiedenis. Lange tijd is over het hoofd gezien dat veel muziekstukken die nu door vrouwelijke sopranen gezongen worden, eigenlijk speciaal voor castraatzangers gecomponeerd waren door componisten als Rossi, Gluck, Händel en Mozart. Ook de sociale rol van de castrato als androgyne mens in de barokke wereld is steeds meer een onderwerp van studie geworden. Verder figureren castraten in een groeiend aantal romans maar ook bijvoorbeeld in de film Farinelli (1994).

In 2011 raakte ik bij toeval geïnteresseerd in de vierdelige historische romancyclus van het Italiaanse schrijversduo Monaldi en Sorti over het spetterende leven van Atto Melani, castraatzanger, spion en geheim agent van de Zonnekoning. De leermeester van Atto Melani was Marc’Antonio Pasqualini die in de romanserie een bescheiden rol speelt, maar die minstens zo beroemd geweest is. Over hem wilde ik meer weten.

Ik begon boeken te bestellen over castraatzangers, luisterde naar barokmuziek en surfte kriskras over het interner. In 2013 maakte ik een reis naar Rome om de belangrijkste plekken uit het leven van Marc’Antonio Pasqualini met eigen ogen te zien.

Al snel werd duidelijk dat Marc’Antonio Pasqualini, in meerdere opzichten een veelzijdig kunstenaar was en een lang en rijk leven heeft gehad. Hij die niet alleen in kerkkoren maar ook in opera’s zong, kon ook nog componeren, ensceneren, acteren, instrumenten bespelen (cemballo, gitaar, orgel), muziekles geven, was maestro in de sixtijnse kapel, archivaris, kalligraaf en liet circa 250 eigen composities na. Als dienaar van maar liefst 9 pausen beleefde hij vele ups en downs maar met zijn sterke persoonlijkheid sloeg hij zich overal doorheen.

Op deze website wil ik mijn bevindingen delen. Het is geen blog, maar een aantal vaste pagina’s die regelmatig aangevuld en bijgewerkt worden. Je kunt de ontwikkelingen blijven volgen door abonnee te worden.

Verder wil ik er met nadruk op wijzen dat ik historica ben maar geen musicologe. Het is vooral de mens achter de castrato die mij intrigeert. Voor meer gedegen analyses van barokmuziek en de werken van Pasqualini verwijs ik naar de bronvermelding. Met name het onderzoek van professor Margaret Murata is hierbij van onschatbare waarde.

 

Ria van Loenen

 

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)